Hersenschimmen door J. Bernlef

hersenschimmenHet is nu al een tijd geleden dat ik Hersenschimmen heb gelezen maar, ik zeg het nog eens, ik wil de boeken die ik gelezen heb echt bijhouden. Het is namelijk vrij deprimerend om te realiseren wanneer ik geconfronteerd word met een boek dat me oorspronkelijk enorm enthousiast had gemaakt maar ik helemaal niet meer herinner waar mijn liefde ervoor vandaan kwam in de eerste plaats. Haha :D

Ik herinner me dat er werd gepraat over Hersenschimmen tijdens een klas Nederlands in een ver, ver verleden en ik meteen mijn oren heb opengesperd. Mentaal had ik het meteen op mijn boekenlijst gezet maar het was pas dit jaar dat ik eraan herinnerd werd in een tweedehands boekenwinkel. Het boek trok me aan door de experimentele structuur; de protagonist, Maarten Klein, is dementerende en aan de hand van het taalgebruik en de opbouw word dit merendeel duidelijk. Ik verwachtte me aan een interessant taalspel en dit kreeg ik ook maar wat ik niet verwachtte was het gevoelige taalgebruik. Aan de hand van dagelijkse gebeurtenissen, losse gedachten gemengd met oude herinneringen en treffend woordgebruik wrikt J. Bernlef met gemak gevoelens los. Ik was er niet ondersteboven van maar ik heb misschien, of misschien niet, mijn boek vaag nat gemaakt door kleine tranen. Ik vond het een memorabel talenspel maar misschien iets te droog om het in mijn boekenhart te sluiten. Toch heb ik een par passages die ik mooi vond:

“De opwinding om het onbekende heeft plaats gemaakt voor herkenning, het herkennen van Vera zoals ze is, zoals ik haar in de loop van de jaren heb zien worden. Bij de meeste vrouwen van haar leeftijd valt het jonge meisje dat ze toch eens geweest moeten zijn met geen mogelijkheid te reconstrueren. Ze zien eruit alsof ze altijd zo geweest zijn. Maar in Vera zijn trekken en gebaren van het jonge meisje bewaard gebleven. Als een soort onderschildering/ De roekelosze snelheid waarmee ze nog steeds gaat zitten, het uitgelaten gewuif wanneer ze ergens een bekende ziet, de van balletles overgehouden naar buiten draaiende voeten, de rechte hals, ondaks de rimpels nog even trots en nieuwsgierig ronddraaiend als die van een struisvogel.”

Een mooie beschrijven en roerende observatie net voor de langzame aftakeling van Maarten Klein.

“Ze sneed een brood. Ik zag dat. Plak voor plak. Een bruin brood was het. Dat was alles. Zulke dingen bedoel ik. Een ander ziet niets dan een huis, maar alles bevindt zich daar; alle geuren, alle woorden van mijn leven. Maar nu is het mis. Iedere dag verdwijnt er wel iets, iedere dag wel iets. Overal lekt het.”

Vooral hou ik van Bernlef’s taalgebruik om de korte, krachtige en simpele zinnen, het dagelijks leven beschrijvend, die uiteindelijk worden afgewisseld met een lichte sentimentaliteit waarin de protagonist zijn lot betreurt. Een hoge goedkope sentimentaliteit zit alleszins niet in dit boek; alle kracht zit opgebold met een paar mooie beschrijvingen en treffende woorden.