Herfst door J. Slauerhoff

Ranken neigen en hun bloesems, welkend,
Siddren terug voor het doodstil meer.
Er drijven tinten, huivringwekkend
Teer.

Pijnboomen die ten oever reiken
Staren ontzet naar hun zichtbare schim,
Die hang in ‘t water, niet meer wil wijken
Met een rimpeling naar de kim.

Vijanden deinsden, wij weten niet meer
Aan welke waapnen den moed te wijden.
Het leven moet op ‘t eiland in ‘t meer
Peinzen of zeilend er over glijden.

Zullen wij nimmermeer omhelzen?
Onze huiden huivrend dons
Vergeten sluimeren in zware pelzen,
Winter in ‘t woud, eeuwig herfst in ons?