De weg terug, M. Vasalis

De avond kwam; de avondspin
had ons onmerkbaar ingesponnen.
Alles stond still en de geronnen
minuten stroomden niet meer in.
We lagen naar het plafond te kijken
dat was ook leeg; ik werd zoo bang,
ik had één strakke koude wang,
we lagen roerloos als twee lijken…
Toen, in dit strak-gespannen niet,
opeens van zeer dichtbij de regen
stil slikkend langs het raamkozijn.
Ontdooien van vast verdriet
en o de pijn om te bewegen
om niet meer dood te mogen zijn.