cocoon

Archive for the "Painting" Category

Kirchner, Die Straße, 1908

“Die Straße”, geschilderd in 1908, visualiseert een thema, dat pas na Kirchners verhuizing naar Berlijn in 1911, centraal zou staan: dat van het straatleven. Toch is deze ‘voorloper’ een van Kirchners sterkste beelden. De felle, helle kleuren zijn wild en ontzettend; die geweldige coloriet contrasteert met de schijnbaar rustige mensen die in de stad rondlopen. Hoewel men merkt dat de stad druk is, lijken de mensen zich daar vrijwel onbewust van te zijn. De intense kleuren en het vreemde kind dat het middelpunt van het schilderij vormt, doen je echter meteen ongemakkelijk voelen. Als we wat nauwkeuriger kijken, merken we een nog groter gevoel van onrust op.

Onze ogen volgen eerst de donkere figuur met de oranje hoed in het midden, je kijkt naar haar helder gekleurde gezicht tot je ogen vallen op haar sjaal en haar arm – die je leidt naar haar enge hand die krampachtig gevormd is. Onze ogen vallen daarna plots op de gele onderrok van de vrouw rechts, waardoor we meteen geleid worden naar haar felgele jas, daar echter afgeleid worden door haar ziekelijk groen gezicht. Niet enkel de kleur is misselijkmakend, ook haar scherpe neus en onbehaaglijke glimlach voelen ongemakkelijk aan. Opnieuw volgen onze ogen de oranje hoed, maar deze keer glijden ze af naar het kind dat vreemd gevormd is: het heeft een misvormde arm die onzeker eindigt en een hoed die bijna een bochel lijkt. Dit kind lijkt het enige personage te zijn dat de benauwde sfeer van de stad aanvoelt en uitdrukt. De merkwaardig gekleurde grond leidt ons naar de dame met de rode jas die zo vreemd gevormd is dat men twijfelt of ze wel vlot zou kunnen lopen… Hoe loopt ze verder na deze momentopname, hobbelend en bobbelend? De pluim van haar hoed leidt ons door het volk naar de tram toe die lijkt over te lopen in de mensenmassa. Opnieuw blijven onze ogen hangen aan die felrode kleur, die, zeker in contrast met het ziekelijke groen, gewelddadig overkomt. De uiterlijke rust van de personages lijkt te barsten van de nervositeit; uit deze figuren spreekt een soort ontsteltenis – of zelfs angst . Opnieuw passeren we de oranje hoed, daarna de grote ronde van de hoed van de gele dame, die nu pas het enige echte rustige vlak in dit schilderij lijkt, en opeens komen we tot halt bij een dame met rode wangen en een groen hemd. Ze staat er bijna als een opgeblazen pop en lijkt de enige echte statische figuur in het werk – maar de vorm van haar arm, het kleurencontrast tussen haar hemd en wangen en haar doodstille gezichtsuitdrukking lijken haar nog het meest ontzette personage van allemaal te maken. Ze lijkt bijna te stikken door de donkere kleuren rondom haar.

Is Kirchner dus geslaagd in zijn opzet om de ontzetting van het stadsleven weer te geven? Op basis van mijn beschrijving kan je stellen van wel. De intense, vreemde kleurencontrasten, de dode ogen, enz. roepen een gevoel van verstikking en innerlijke nervositeit op. Dit wordt niet enkel door vorm en kleur weergegeven, maar ook door de opmaak van de personages zelf. Maar stel dat we bijvoorbeeld het middelpunt, het vreemde kind dat de enige uiterlijke tekenen van ontzetting lijkt te vertonen, weglaten, zou dit schilderij dan nog steeds dezelfde impact hebben, zouden we ons als kijker nog steeds verstikt voelen? Natuurlijk zou deze ingreep wat veranderen, maar het gevoel van verstikking zou – nu misschien pas na een tweede kijk – blijven. Want – zoals hierboven beschreven – stoot je, wanneer je je helemaal laat overspoelen door alles wat in het werk gebeurt, constant op details, die angst, onrust en verstikking laten doorschemeren: de gelaatskleur van de vrouw met de gele vest, de dode ogen van de vrouw met de oranje hoed, de houding van de vrouw met het groene hemd en de rode wangen. Zonder het misvormde kind zou dit schilderij dus nog steeds werken, zij het misschien minder krachtig.

Kirchners werk weet dit gevoel van (latente) verstikking en vervreemding ook op te roepen bij hedendaagse kijkers, die zich eveneens langzaamaan overspoeld voelen door de alsmaar sneller evoluerende maatschappij, die alsmaar meer vraagt, alsmaar sneller gaat. Men kan stellen dat Kirchner een manier gevonden heeft om door middel van een vrij klassiek schilderstafereel een modern gevoel uit te beelden, dat de dag van vandaag, in onze turbulente tijden, nog niets aan radicaliteit en actualiteit ingeboet heeft.

Zo komen we bij de vraag of Kirchner in zijn opzet geslaagd is een nieuwe kunst voor een nieuwe generatie te maken. Is zijn werk m.a.w. werkelijk zo innovatief? Zoals eerder vermeld is het onderwerp (een stadscène) vrij klassiek in de schilderkunst, daarnaast hebben de kleurencontrasten weliswaar een grote impact – maar of het gebruik ervan werkelijk zo vernieuwend is, is een andere vraag. Is het bv. zo verschillend van de werkwijze van de fauvisten? Vanzelfsprekend verschilt Kirchners doek met zijn vervreemdend effect van het schijnbaar ‘vrolijke’ werk van de fauvisten met hun puur plastische interesse, maar maakt het dat werkelijk vernieuwend. Nee, buiten een frequenter gebruik van donkere contrasten kan dit niet bepaald vernieuwend genoemd worden; men zou zelf kunnen stellen dat pas de expressies van de personages het echte vervreemdende effect mogelijk maken.

Verder doet dit schilderij ook denken aan het werk van Munch, niet enkel door het zachte lijngebruik en het motief van de lege ogen, maar ook qua onderwerp. Reeds in 1892 schilderde Munch “Avond in de Karel-Johan straat”, waarin we een gelijkaardige straatscène zien die hetzelfde gevoel van vervreemding opwekt, zij het misschien minder intens dan Kirchners werk. Kirchner beweerde wel dat hij nooit naar Munchs werk keek, en sterker, dat veeleer het omgekeerde het geval was: Munch keek naar Kirchner.

Hoe het ook zij, deze discussie wijst al op het feit dat Kirchner allesbehalve een geïsoleerde vernieuwer was. Niet enkel vormelijk, maar ook thematisch lijkt Kirchner geen radicale vernieuwer. Maar duidelijk heeft hij wel een manier gevonden om op een bijzonder sterke en eigenzinnige wijze een gevoel van vervreemding weer te geven.

A slap in the face of public taste

Here are some awful scans from the beautiful book, The Russian Avant-Garde Book 1910-1934 by the MoMA. Please feel free to buy this for me.

david burliuk and vladimir burliuk

Read More ›

Ophelias by Odilon Redon